Kaal

1

Dronken

Ik ben zo kaal als een otter. Zo dronken als een kannon.

2

Hij is lelijk.

Hij is kaal man. jij kijk zijn kop.

3

Hij is lelijk.

Die gozer is kaal man. Zie zijn face alleen al

4

hij is erg kaal

thijs

5

mooi, goed (positief)