baas



1

Mobiele telefoon

Pomp een beat uit je baas!


2

Deze Man Is echt een Baas

Daar heb je Baas!


3

goed zijn

hij is baas : hij is goed


4

iets/iemand dat vet is, ownt

Heb je hem gister vaag zien gaan? Wat een baas!


5

gister was vet != Gister was baaas.