nakken



1

pesten,rippen

eyo,gast,loop me niet te nakken,ouwe


2

piemel


3

Slapen


4

verlinken

je moet je mattie nooit nakken, je moet je vrienden nooit verlinken


5

irriteren


6

naaien


7

drinken


8

stelen


9

Verslaan

Ik ga je nakken ouwe.


10

nakken


11

dissen


12

het gebruiken van bepaalde drugs

"ikkers nakken" pillen slikken "cocaïne nakken" een snuif cocaïne nemen


13

coke snuiven

Heb jij nog wat te nakken bij je? Heb jij nog coke over?


14

Stelen / Flashen


15

slaan


16

neuken


17

ophouden

eewa, opnakken jwt.